4.30 uur: een zacht alarmbelletje en dan het oogverblindende licht van foute plafonnières. Iedereen heeft wel wat geslapen, niemand de hele nacht. Buiten staan er vaag sterretjes recht boven me. Vaag, er hangt bewolking en dat betekent niet veel goeds. De hoofdlampen gaan aan en in een slinger van glimwormpjes slingert het pad omhoog. Bij de eerste ijsvelden gaan de stijgijzers onder en zien we de eerste bliksemflitsen. De sterretjes zijn verdwenen. Niet iedereen vindt het leuk. De gidsen vinden het nog verantwoord. Zij zullen het weten. Na bliksem volgt ijsregen gevolgd door hagel. We steken diepe scheuren over en niet iedereen voelt zich even op zijn gemak. Voor de meesten is het ook de eerste keer op stijgijzers. Langzaam gaat het omhoog, iedere honderd meter telt maar na een paar uur is het over. Het weer is te slecht en op 3525 meter (onder de top dus) gaan we terug. Beneden bij de hut is het weer beter maar om de top van de Grand Paradiso blijven wolken cirkelen en de top zien we niet meer. Maar de tocht was een goede harde training voor de Mont Blanc. De gidsen besluiten morgen wie ze goed genoeg vinden om een toppoging te wagen en de vlaggen van onze sponsoren op de top te zetten, want daar gaat het uiteindelijk om: niet om de poppetjes maar wel om het geld dat we zo inzamelen voor de ex-kindsoldaten in Sierra Leone.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten